Thursday, April 17, 2008
Sunday, March 06, 2005
MAATLANDEN EN ANGERECHTEN
_______________________________________
TRADITIONEEL BEHEER EN GEBRUIK VAN DE MAATLANDEN
Ontstaan en indeling Maatlanden
De oostelijk van de Huizer haven gelegen Maatlanden behoorden in de vroege middeleeuwen mogelijk tot de linkeroever van de Eem (1). Deze rivier mondde toen uit in het veengebied rondom het binnenmeer Almere. Enkele eeuwen later drong de Zuiderzee door tot de huidige Gooise kust en verdween het voorliggende moeras. Sindsdien bracht de zee voortdurend klei op de laaggelegen gronden langs de monding van de Eem (2).
In de middeleeuwen kwam een deel van deze kuststrook in het bezit van de Naardense Sint Vituskerk en het mannenklooster van Oud Naarden. Na de kerkhervorming verkreeg de Hervormde Grote Kerk het kerkelijk onroerend goed en werd het bezit van het klooster eigendom van het Burger Weeshuis van Naarden. (mogelijk zijn de Monnikskampen daarop terug te voeren)
Een overig deel werd door de Abdij van Elten verkocht aan de gemeenten Naarden, Huizen, Hilversum, Laren en Blaricum (3).
De aangrenzende Gooische- of Oostermeent bleef, net als het overgrote territorium van het toenmalige Naerdincklant, in gemeenschappelijk vruchtgebruik bij de autochtone bevolking. De gemeenten van Naerdincklant verkregen aldus exclaves, onder hun jurisdictie, binnen de grenzen van Huizen en Blaricum (4).
Zo ontstonden de Bussummer-, Huizer-, Laarder-, en Naardermaat. Verder de Hilversummer Hooge- of Bovenmaat plus het Laarder- en Huizer Aangerecht. Begin 18e eeuw schreef Lambert Rijksz Lustigh dat er rond het jaar 1000 reeds was: "een groot stuck uitverkoren groen 'maylant' genaemt Laeremaat". De Maten bleven tot ca. 1937 in gebruik als 'maylant' oftewel hooiland.
Van octrooi tot Waterschap de Gooische Zomerkade
Na 1600 vond in de Maten naast aanslibbing ook afslag plaats. De Gooise gemeenten verkregen in 1633 een octrooi voor het aanleggen van een zomerkade om de Maatlanden tegen afslag en tegen overstroming in de zomer te beschutten (5). In de winter bleef de zee een vruchtbaar laagje klei afzetten. Eeuwen voor de aanleg van de kade hadden de Gooise gemeenten hun Maten opgedeeld in smalle percelen en die verkocht aan particulieren. Volgens de stelregel: 'Wie het water deert, het water keert', lag de kop van alle kavels aan de kust. Iedere ’ingelande’ was dus verantwoordelijk voor zijn eigen stukje kade.
Ook een gedeelte van de erfgooiers Oostermeent lag aan de kust en werd voorzien van een kade. Om toezicht te houden op het onderhoud werden om de twee jaar door de Gooise burgemeesters acht kademeesters benoemd. Hun taak was tevens het inspecteren van de duikers in de zomerdijk en deze zo nodig te laten herstellen.
Iedere duiker was voorzien van een primitief sluisje, bestaande uit een houten klep. Tijdens de eb van de Zuiderzee werd de klep open gedrukt en door de vloed weer dichtgedrukt. Aangezien de waterdruk in de Maatsloten gering was, verliep de afwatering slecht (6). Dit leidde wel eens tot botsingen tussen de kademeesters van de Maatlanden en de meentbeheerders. De Oostermeent waterde in hoofdzaak af via de Gooiersgracht en een natuurlijke waterloop de 'Viersloot'. Soms echter opende een Meentbeambte een duiker tussen de hoger gelegen meent en een maatsloot. Het gevolg was dat de sloot in de Maatlanden overliep.
Omgekeerd kwam het voor dat een Kademeester een balk stak tussen de sluisklep aan de zeezijde om een maatsloot bij eb sneller te laten afvloeien. De balk werd soms vergeten en bij vloed liep het zoute water via die sloot in de sloten van de meent. Het resultaat was brak en dus ondrinkbaar water voor het vee op de meent.
Het kadebeheer volgens het octrooi van 1655 hield stand tot 1928. de ingelanden vonden dat zij te weinig inspraak hadden en de Gooise burgermeesters, die amper van hun taak op de hoogte waren, te veel. Provinciale Staten van Noord-Holland werd met succes een verzoek gedaan om te komen tot een Waterschap Gooische Zomerkade. Het nieuw gevormde waterschap omvatte naast de eerder genoemde maten, ook de Bijvang, de Hoeven, de Kampen (samen 310 ha) en het laaggelegen deel van de Oostermeent (ca. 400 ha.) (6). In die tijd werd de Afsluitdijk aangelegd zodat, enkele jaren later, de Maten aan het zoete water van het IJsselmeer kwamen te liggen.
Het beheer van Maten en gebruik van maten.
De Maten en Aangerechten achter de zomerdijk vormden een grote vlakte. Zij waren onderling verdeeld door een maatsloot en gezamenlijk gescheiden van de Meent door een grenssloot.
Binnen ieder maatland waren sloten noch hekken, de eigendom-percelen waren alleen schriftelijk vastgelegd. Deze kavels waren zeer smal en lang, bijvoorbeeld in de Aangerechten ca. 9 m breed en ca. 700 m lang. Iedere winter liet de zee niet alleen vruchtbare klei op het land achter, ook de sloten slibden dicht. De afwatering verliep matig en daarom bleef het grasland ook in het voorjaar lang dras, waardoor het niet geschikt was voor beweiding, maar alleen als hooiland.
Zoals er een instelling was voor de zomerkade, was er ook een beheersorgaan voor het gebruik van de Maatlanden. Door de Gooise burgemeesters werden, voor de tijd van vier jaar, schaarmeesters gekozen uit de ingelanden. In de Laardermaat, Hilversummer Bovenmaat en Bijvang drie, in de overigen twee. De schaarmeesters moesten onder andere zorgen voor de grenspaaltjes, die voorzien van een nummer, ieders eigendomsperceel aangaven (6). Deze houten paaltjes, een halve meter boven het maaiveld, stonden in en aan de zuidkant van de Maten langs de grenssloot. Ieder voorjaar moest, voordat met het grasmaaien voor de hooibouw begonnen werd, ieders bezit aangeven worden. De schaarmeesters benoemden voor dit werk grasbazen. Hun taak was het uitmeten en afbakenen van ieders perceel. Uitgaande van de grenspaaltjes werd dit uitgezet door middel van stevige rietstengels die in de grond werden gestoken. De laatste gras-baas, Adrianus Jacobz Schipper uit Huizen, moest in 1937 deze werkzaamheden staken door de gewijzigde omstandigheden (7).
Er bestaat nog steeds een notitieboekje uit 1843 van schaarmeester Hendrik Rigter en zijn ondergeschikte grasbazen Lambert Spil en Jacob Schipper (8). Alle Aangerechten, Maten en overige kampen met hun eigenaren staan daarin vermeld. Tevens is de grootte van ieders bezit aangegeven en ook de ligging ten opzichte van de markeringspaaltjes. De aangegeven oppervlakte eenheden stammen nog uit de periode van vóór 1820, terwijl na die tijd het huidige metrieke stelsel is ingevoerd. Eigenaardig is, dat in diverse maatlanden onderling zeer afwijkende eenheden werden toegepast. In het ene stuk worden de oppervlakten opgegeven in voeten, terwijl ze elders staan in dammaeten, zwadden en akkers (9). Mogelijk waren de afwijkende eenheden het gevolg van onderling verschillende juresdicties waarin de Maatlanden verdeeld waren. De oeroude maataanduidingen waren gebaseerd op het gebruik als hooiland, evenals de verdeling in lange stroken. De zwad was oorspronkelijk de benaming voor een zeis en werd daardoor de oppervlakte voor een lange strook ter breedte van een regel afgemaaid gras in een slag heen en weer van de zeis. De dammet of dammmaet was oorspronkelijk een dagmaat, dus zoveel als een man in één dag kon maaien. In 1720 maakte de Huizer Lambert Rijcksz Lustigh een lijst op met de verschillende oppervlakten van de Maatlanden. Niet alleen tijdgenoten, maar bestuurders door de eeuwen heen, konden niet goed wijs worden uit deze warboel. Een antwoord op een verzoek om duidelijkheid van de overheid in 1823 luidde:
Ronduit gesproken is het bepalen der metrieke maat in deze gemeente (Naarden) in Openbare Akten, zoo lange de nieuwe Cadastratie niet is geschied, eene hersenschim". Als onbegrijpelijk voorbeeld gaf men aan: "En dan noch eindelijk heeft men eene maat van Groenlanden agter Huyzen gelegen en welke noch slegs in voeten verdeelt strekkende, evenals akkers, als hebbende geene bepaalde lengte, maar worden bij voetbreedte verhuurt en verkogt en dat heet in Gooyland 1 voet" (10).
Zelfs was onduidelijk of een Maatland onder één of twee gemeenten behoorde. Naarden en Hilversum sloten in 1820 een overeenkomst over de Hilversummer Hoogemaat. Hilversum verkreeg het gehele gebied, terwijl Naarden de Bouwvenen in Blaricum geheel in bezit kreeg. Zo kwam een einde aan het dubbel grondbelasting betalen door sommige ingelanden. Kort daarna, in 1824, werden de exclaves bij de dorpen Huizen en Blaricum gevoegd in ruil voor grond elders. Uitgedrukt in Rijnlandse morgen stond Naarden aan Blaricum af: 27 morgen bouwland (waaronder de Bouwvenen) en 43 morgen in de Maatlanden. Blaricum verkreeg ook het Laarder aangerecht en stond hiervoor bouwland af aan Laren. Na deze grondruil verkreeg iedere Gooise gemeente een aaneengesloten gebied, een noodzakelijke voorwaarde voor de invoering van het kadaster in 1832 (11). Uit de kadastrale opmetingen werd eindelijk duidelijk hoe groot de oppervlakte van ieders perceel in de Maatlanden was. Ook bleken de oude oppervlakte opgaven niet exact te herleiden tot een vaste eenheid, maar meer op een onnauwkeurige meting, of schatting te berusten. De problemen van de ingelanden verdwenen niet na de invoering van het kadaster, omdat de Gooise burgemeesters belast bleven met het beheer van ieders voormalige stads- of dorpsmaat. In het begin van deze eeuw begreep de burgemeester van Hilversum al niet meer waar hij het recht aan ontleende om schaarmeesters te benoemen voor de Hilversummer Hoogemaat en de Bijvank. De ruilverkaveling van de Maatlanden in 1937 maakte een einde aan een eeuwenoud en verouderd traditioneel beheer.
Noten:
1. De zwadetijns en de koptienden, die de Gooiers betaalden aan Hoog Elten,
Ir. T. van Tol, in Tussen Vecht en Eem, 1e jrg. nr. 3.
2. De Eemlandtsche Leege Landen, ontginningen rond de mond van de eem in de
12e en 13e eeuw. C. Dekker en M. Mijnssen-Dutilh 1995
3. Stadsarchief Naarden, Archief Burgerweeshuis Naarden, BWH/10.11, 30-11-1795.
4. Geschiedenis van Gooiland. Dr. D.Th. Enklaar en Dr. A.C.J. de Vrankrijker.
5. Streekarchief Hilversum, Collectie Perk, nr. 84, Stukken betreffende de
Gooische Maatlanden en de Gooische Kade ca. 1370-1852.
6. Stadsarchief Naarden, Resolutieboek van Burgemeester en Adjunct Burgemeester
en Raaden der Stad Naarden, OAN 37-1, dd 1714.
Stukken betreffende het beheer van de Gooische Zomerkade, gelegen tussen
Naarden en Eemnes, NAN 640, 1828-1870.
Archief Stad en Lande van Gooiland, Gooische Zomerkade 1633-1927, Waterschap
de Gooische Zomerkade 1927-1975, nrs. 262 en 359, Kaart 'Meenten, Gooische
Zomerkade', schaal 1 : 5000 (situatie van vóór de ruilverkaveling van de
Maatlanden)
7. Huizer Kring Berichten, 16e jrg.3-9-1995. Historische Kring Huizen.
8. Notitieboekje met de eigenaren van de maatlanden in het Gooi. In particulier
bezit bij een inwoner van Huizen.
9. Naerdincklant, Gooische studies. Dr. A.C.J. de Vrankrijker. 1947
10. Stadsarchief Naarden, Brievenboek van Burgemeesters en wethouders, NAN 6,7
en 8, 1819-1826
11. Stadsarchief Naarden, Stukken betreffende de werkzaamheden van het kadaster,
de kadastrale leggers, de opmetingen, e.d. NAN 486, 1816-1912.
Proces verbaal der Grensregeling van Naarden 1824, met een 'Figurative schets
van de grensscheiding tussen de gemeente Naarden en Huizen', OAN 127.6,
aug. 1824.
Afbeeldingen:
1. Krijgspelkaarten van het Gooi en Eemland. Uitg. Stichting Vijverberg te Naarden. Kaartje van de Maatlanden uit 1908. Hierop de maatlanden Naardermaat t/m De Hoeven.
2. Kaartje van de maatlanden Huizer- en Laarder Aangerechten
3. Schematische tekening van vijf maaiers. uit: Natuurlijke Historie van Holland. door J. le Franq van Berkhey
_______________________________________________________
HISTORISCHE KRING BLARICUM 1995
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/
_________________________________________________________________________________________________________________________
De Gooise Maatlanden lagen in het buitendijkse gebied ten oosten van de gemeente Huizen.
Op bijgaande gemeente kaarten van Huizen en Blaricum staan de benamingen van de verschillende maatlanden.
KAART VAN DE GEMEENTE HUIZEN.
KAART VAN DE GEMEENTE BLARICUM .
Kuypers Gemeente Atlas 1865-1870.
(zie 1-8-2005: http://www.atlas1868.nl/)
________________________
NAARDER MAATLANDEN
___________________
F.J.J. de Gooijer
Gastenboek
___________________

TRADITIONEEL BEHEER EN GEBRUIK VAN DE MAATLANDEN
Ontstaan en indeling Maatlanden
De oostelijk van de Huizer haven gelegen Maatlanden behoorden in de vroege middeleeuwen mogelijk tot de linkeroever van de Eem (1). Deze rivier mondde toen uit in het veengebied rondom het binnenmeer Almere. Enkele eeuwen later drong de Zuiderzee door tot de huidige Gooise kust en verdween het voorliggende moeras. Sindsdien bracht de zee voortdurend klei op de laaggelegen gronden langs de monding van de Eem (2).
In de middeleeuwen kwam een deel van deze kuststrook in het bezit van de Naardense Sint Vituskerk en het mannenklooster van Oud Naarden. Na de kerkhervorming verkreeg de Hervormde Grote Kerk het kerkelijk onroerend goed en werd het bezit van het klooster eigendom van het Burger Weeshuis van Naarden. (mogelijk zijn de Monnikskampen daarop terug te voeren)
Een overig deel werd door de Abdij van Elten verkocht aan de gemeenten Naarden, Huizen, Hilversum, Laren en Blaricum (3).
De aangrenzende Gooische- of Oostermeent bleef, net als het overgrote territorium van het toenmalige Naerdincklant, in gemeenschappelijk vruchtgebruik bij de autochtone bevolking. De gemeenten van Naerdincklant verkregen aldus exclaves, onder hun jurisdictie, binnen de grenzen van Huizen en Blaricum (4).
Zo ontstonden de Bussummer-, Huizer-, Laarder-, en Naardermaat. Verder de Hilversummer Hooge- of Bovenmaat plus het Laarder- en Huizer Aangerecht. Begin 18e eeuw schreef Lambert Rijksz Lustigh dat er rond het jaar 1000 reeds was: "een groot stuck uitverkoren groen 'maylant' genaemt Laeremaat". De Maten bleven tot ca. 1937 in gebruik als 'maylant' oftewel hooiland.
Van octrooi tot Waterschap de Gooische Zomerkade
Na 1600 vond in de Maten naast aanslibbing ook afslag plaats. De Gooise gemeenten verkregen in 1633 een octrooi voor het aanleggen van een zomerkade om de Maatlanden tegen afslag en tegen overstroming in de zomer te beschutten (5). In de winter bleef de zee een vruchtbaar laagje klei afzetten. Eeuwen voor de aanleg van de kade hadden de Gooise gemeenten hun Maten opgedeeld in smalle percelen en die verkocht aan particulieren. Volgens de stelregel: 'Wie het water deert, het water keert', lag de kop van alle kavels aan de kust. Iedere ’ingelande’ was dus verantwoordelijk voor zijn eigen stukje kade.
Ook een gedeelte van de erfgooiers Oostermeent lag aan de kust en werd voorzien van een kade. Om toezicht te houden op het onderhoud werden om de twee jaar door de Gooise burgemeesters acht kademeesters benoemd. Hun taak was tevens het inspecteren van de duikers in de zomerdijk en deze zo nodig te laten herstellen.
Iedere duiker was voorzien van een primitief sluisje, bestaande uit een houten klep. Tijdens de eb van de Zuiderzee werd de klep open gedrukt en door de vloed weer dichtgedrukt. Aangezien de waterdruk in de Maatsloten gering was, verliep de afwatering slecht (6). Dit leidde wel eens tot botsingen tussen de kademeesters van de Maatlanden en de meentbeheerders. De Oostermeent waterde in hoofdzaak af via de Gooiersgracht en een natuurlijke waterloop de 'Viersloot'. Soms echter opende een Meentbeambte een duiker tussen de hoger gelegen meent en een maatsloot. Het gevolg was dat de sloot in de Maatlanden overliep.
Omgekeerd kwam het voor dat een Kademeester een balk stak tussen de sluisklep aan de zeezijde om een maatsloot bij eb sneller te laten afvloeien. De balk werd soms vergeten en bij vloed liep het zoute water via die sloot in de sloten van de meent. Het resultaat was brak en dus ondrinkbaar water voor het vee op de meent.
Het kadebeheer volgens het octrooi van 1655 hield stand tot 1928. de ingelanden vonden dat zij te weinig inspraak hadden en de Gooise burgermeesters, die amper van hun taak op de hoogte waren, te veel. Provinciale Staten van Noord-Holland werd met succes een verzoek gedaan om te komen tot een Waterschap Gooische Zomerkade. Het nieuw gevormde waterschap omvatte naast de eerder genoemde maten, ook de Bijvang, de Hoeven, de Kampen (samen 310 ha) en het laaggelegen deel van de Oostermeent (ca. 400 ha.) (6). In die tijd werd de Afsluitdijk aangelegd zodat, enkele jaren later, de Maten aan het zoete water van het IJsselmeer kwamen te liggen.
Het beheer van Maten en gebruik van maten.
De Maten en Aangerechten achter de zomerdijk vormden een grote vlakte. Zij waren onderling verdeeld door een maatsloot en gezamenlijk gescheiden van de Meent door een grenssloot.
Binnen ieder maatland waren sloten noch hekken, de eigendom-percelen waren alleen schriftelijk vastgelegd. Deze kavels waren zeer smal en lang, bijvoorbeeld in de Aangerechten ca. 9 m breed en ca. 700 m lang. Iedere winter liet de zee niet alleen vruchtbare klei op het land achter, ook de sloten slibden dicht. De afwatering verliep matig en daarom bleef het grasland ook in het voorjaar lang dras, waardoor het niet geschikt was voor beweiding, maar alleen als hooiland.
Zoals er een instelling was voor de zomerkade, was er ook een beheersorgaan voor het gebruik van de Maatlanden. Door de Gooise burgemeesters werden, voor de tijd van vier jaar, schaarmeesters gekozen uit de ingelanden. In de Laardermaat, Hilversummer Bovenmaat en Bijvang drie, in de overigen twee. De schaarmeesters moesten onder andere zorgen voor de grenspaaltjes, die voorzien van een nummer, ieders eigendomsperceel aangaven (6). Deze houten paaltjes, een halve meter boven het maaiveld, stonden in en aan de zuidkant van de Maten langs de grenssloot. Ieder voorjaar moest, voordat met het grasmaaien voor de hooibouw begonnen werd, ieders bezit aangeven worden. De schaarmeesters benoemden voor dit werk grasbazen. Hun taak was het uitmeten en afbakenen van ieders perceel. Uitgaande van de grenspaaltjes werd dit uitgezet door middel van stevige rietstengels die in de grond werden gestoken. De laatste gras-baas, Adrianus Jacobz Schipper uit Huizen, moest in 1937 deze werkzaamheden staken door de gewijzigde omstandigheden (7).
Er bestaat nog steeds een notitieboekje uit 1843 van schaarmeester Hendrik Rigter en zijn ondergeschikte grasbazen Lambert Spil en Jacob Schipper (8). Alle Aangerechten, Maten en overige kampen met hun eigenaren staan daarin vermeld. Tevens is de grootte van ieders bezit aangegeven en ook de ligging ten opzichte van de markeringspaaltjes. De aangegeven oppervlakte eenheden stammen nog uit de periode van vóór 1820, terwijl na die tijd het huidige metrieke stelsel is ingevoerd. Eigenaardig is, dat in diverse maatlanden onderling zeer afwijkende eenheden werden toegepast. In het ene stuk worden de oppervlakten opgegeven in voeten, terwijl ze elders staan in dammaeten, zwadden en akkers (9). Mogelijk waren de afwijkende eenheden het gevolg van onderling verschillende juresdicties waarin de Maatlanden verdeeld waren. De oeroude maataanduidingen waren gebaseerd op het gebruik als hooiland, evenals de verdeling in lange stroken. De zwad was oorspronkelijk de benaming voor een zeis en werd daardoor de oppervlakte voor een lange strook ter breedte van een regel afgemaaid gras in een slag heen en weer van de zeis. De dammet of dammmaet was oorspronkelijk een dagmaat, dus zoveel als een man in één dag kon maaien. In 1720 maakte de Huizer Lambert Rijcksz Lustigh een lijst op met de verschillende oppervlakten van de Maatlanden. Niet alleen tijdgenoten, maar bestuurders door de eeuwen heen, konden niet goed wijs worden uit deze warboel. Een antwoord op een verzoek om duidelijkheid van de overheid in 1823 luidde:
Ronduit gesproken is het bepalen der metrieke maat in deze gemeente (Naarden) in Openbare Akten, zoo lange de nieuwe Cadastratie niet is geschied, eene hersenschim". Als onbegrijpelijk voorbeeld gaf men aan: "En dan noch eindelijk heeft men eene maat van Groenlanden agter Huyzen gelegen en welke noch slegs in voeten verdeelt strekkende, evenals akkers, als hebbende geene bepaalde lengte, maar worden bij voetbreedte verhuurt en verkogt en dat heet in Gooyland 1 voet" (10).
Zelfs was onduidelijk of een Maatland onder één of twee gemeenten behoorde. Naarden en Hilversum sloten in 1820 een overeenkomst over de Hilversummer Hoogemaat. Hilversum verkreeg het gehele gebied, terwijl Naarden de Bouwvenen in Blaricum geheel in bezit kreeg. Zo kwam een einde aan het dubbel grondbelasting betalen door sommige ingelanden. Kort daarna, in 1824, werden de exclaves bij de dorpen Huizen en Blaricum gevoegd in ruil voor grond elders. Uitgedrukt in Rijnlandse morgen stond Naarden aan Blaricum af: 27 morgen bouwland (waaronder de Bouwvenen) en 43 morgen in de Maatlanden. Blaricum verkreeg ook het Laarder aangerecht en stond hiervoor bouwland af aan Laren. Na deze grondruil verkreeg iedere Gooise gemeente een aaneengesloten gebied, een noodzakelijke voorwaarde voor de invoering van het kadaster in 1832 (11). Uit de kadastrale opmetingen werd eindelijk duidelijk hoe groot de oppervlakte van ieders perceel in de Maatlanden was. Ook bleken de oude oppervlakte opgaven niet exact te herleiden tot een vaste eenheid, maar meer op een onnauwkeurige meting, of schatting te berusten. De problemen van de ingelanden verdwenen niet na de invoering van het kadaster, omdat de Gooise burgemeesters belast bleven met het beheer van ieders voormalige stads- of dorpsmaat. In het begin van deze eeuw begreep de burgemeester van Hilversum al niet meer waar hij het recht aan ontleende om schaarmeesters te benoemen voor de Hilversummer Hoogemaat en de Bijvank. De ruilverkaveling van de Maatlanden in 1937 maakte een einde aan een eeuwenoud en verouderd traditioneel beheer.
Noten:
1. De zwadetijns en de koptienden, die de Gooiers betaalden aan Hoog Elten,
Ir. T. van Tol, in Tussen Vecht en Eem, 1e jrg. nr. 3.
2. De Eemlandtsche Leege Landen, ontginningen rond de mond van de eem in de
12e en 13e eeuw. C. Dekker en M. Mijnssen-Dutilh 1995
3. Stadsarchief Naarden, Archief Burgerweeshuis Naarden, BWH/10.11, 30-11-1795.
4. Geschiedenis van Gooiland. Dr. D.Th. Enklaar en Dr. A.C.J. de Vrankrijker.
5. Streekarchief Hilversum, Collectie Perk, nr. 84, Stukken betreffende de
Gooische Maatlanden en de Gooische Kade ca. 1370-1852.
6. Stadsarchief Naarden, Resolutieboek van Burgemeester en Adjunct Burgemeester
en Raaden der Stad Naarden, OAN 37-1, dd 1714.
Stukken betreffende het beheer van de Gooische Zomerkade, gelegen tussen
Naarden en Eemnes, NAN 640, 1828-1870.
Archief Stad en Lande van Gooiland, Gooische Zomerkade 1633-1927, Waterschap
de Gooische Zomerkade 1927-1975, nrs. 262 en 359, Kaart 'Meenten, Gooische
Zomerkade', schaal 1 : 5000 (situatie van vóór de ruilverkaveling van de
Maatlanden)
7. Huizer Kring Berichten, 16e jrg.3-9-1995. Historische Kring Huizen.
8. Notitieboekje met de eigenaren van de maatlanden in het Gooi. In particulier
bezit bij een inwoner van Huizen.
9. Naerdincklant, Gooische studies. Dr. A.C.J. de Vrankrijker. 1947
10. Stadsarchief Naarden, Brievenboek van Burgemeesters en wethouders, NAN 6,7
en 8, 1819-1826
11. Stadsarchief Naarden, Stukken betreffende de werkzaamheden van het kadaster,
de kadastrale leggers, de opmetingen, e.d. NAN 486, 1816-1912.
Proces verbaal der Grensregeling van Naarden 1824, met een 'Figurative schets
van de grensscheiding tussen de gemeente Naarden en Huizen', OAN 127.6,
aug. 1824.
Afbeeldingen:
1. Krijgspelkaarten van het Gooi en Eemland. Uitg. Stichting Vijverberg te Naarden. Kaartje van de Maatlanden uit 1908. Hierop de maatlanden Naardermaat t/m De Hoeven.
2. Kaartje van de maatlanden Huizer- en Laarder Aangerechten
3. Schematische tekening van vijf maaiers. uit: Natuurlijke Historie van Holland. door J. le Franq van Berkhey
_______________________________________________________
HISTORISCHE KRING BLARICUM 1995
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/
_________________________________________________________________________________________________________________________
De Gooise Maatlanden lagen in het buitendijkse gebied ten oosten van de gemeente Huizen.
Op bijgaande gemeente kaarten van Huizen en Blaricum staan de benamingen van de verschillende maatlanden.
KAART VAN DE GEMEENTE HUIZEN.
KAART VAN DE GEMEENTE BLARICUM .
Kuypers Gemeente Atlas 1865-1870.
(zie 1-8-2005: http://www.atlas1868.nl/)
________________________
NAARDER MAATLANDEN
___________________
F.J.J. de Gooijer
Gastenboek
___________________
Labels: Gooise geschiedenis



